Actueel
Het LSP is geen EPD
Digitaliseren
De basis van het verzamelen van medische gegevens is de (wettelijk vastgelegde) dossierplicht van elke zorgverlener. Op basis van de WGBO (art. 454) is een zorgverlener verplicht een dossier aan te leggen met betrekking tot de behandeling van de patiënt: het medisch dossier. De meeste zorgverleners (huisartsen, apotheken, fysiotherapeuten, verpleeghuizen, ziekenhuizen) maken dit dossier inmiddels digitaal aan in een informatiesysteem, een software-toepassing. Dat maakt dit medisch dossier tot een elektronisch patiëntendossier: een EPD. Het EPD is dus een patiëntendossier dat zich in de computer van de (afzonderlijke) zorgaanbieder bevindt. Voor de beveiliging van deze dossiers geldt strikte wet- en regelgeving.
Landelijk Schakelpunt
Omdat patiënten niet altijd onder behandeling staan van één zorgaanbieder is het noodzakelijk om digitaal gegevens tussen de EPD’s van de verschillende zorgaanbieders uit te kunnen wisselen. Om de veiligheid van zorg te bevorderen wilde VWS hiervoor een centraal systeem voor gegevensuitwisseling opzetten. Gegevens zouden daarin automatisch, vanuit de EPD’s bij de zorgaanbieders aangemeld worden en landelijk opvraagbaar zijn voor elke behandelende zorgverlener. Als de patiënt daar bezwaar tegen had, kon hij zich daar tegen uitspreken via een opt-out. Hiermee zou een virtueel landelijk EPD ontstaan. Dat zogenaamde Landelijke elektronische patiëntendossier (L-EPD) is er nooit gekomen. De Eerste Kamer heeft zich in 2011 unaniem tegen dit wetsvoorstel, waarin de verantwoordelijkheid van de minister voor het EPD zou worden vastgelegd, uitgesproken.
Toch bleef de wens bestaan om medische gegevens elektronisch uit te kunnen wisselen. De kwaliteit, continuïteit en veiligheid van zorg zijn gebaat bij tijdige beschikbaarheid van de juiste medische gegevens - met name in gevallen van (dienst)waarneming en acute situaties. In aanloop naar de totstandkoming van wetgeving over het L- EPD is een beveiligde, landelijk werkende ICT-infrastructuur gebouwd: het Landelijk Schakelpunt. Nadat de wetgeving van tafel ging, hebben medische beroepsverenigingen en belangenbehartigers van patiënten zich verenigd, met het doel een binnen de privacywetgeving passende oplossing te vinden om medische gegevens elektronisch uit te kunnen wisselen. Kort gezegd werkt het als volgt. De zorgaanbieder houdt elektronisch een dossier (het EPD) van een patiënt bij. Wanneer de patiënt daarvoor uitdrukkelijke toestemming heeft gegeven (opt-in), mogen bepaalde gegevens daaruit, uitsluitend in het kader van zijn medische behandeling, uitgewisseld worden met andere zorgverleners. Het LSP is het schakelpunt, de ICT-infrastructuur, dat de behandelend zorgverlener in staat stelt om alleen het hoogst noodzakelijke deel van het dossier te raadplegen. De toegang tot de infrastructuur is streng beveiligd en alleen toegankelijk met de speciaal voor de zorg ontwikkelde identificatiemiddelen (UZI-middelen). Hiermee is geborgd dat alleen bepaalde zorgverleners onder bepaalde omstandigheden, bepaalde gegevens van een patiënt mogen inzien. Overigens kan de patiënt in overleg met zijn zorgverlener de uit te wisselen hoeveelheid gegevens altijd aanpassen, bijvoorbeeld door bepaalde gedeelten niet op te nemen.
Zorgaanbieders verenigd
Zorgaanbieders hebben zich verenigd in de Vereniging van Zorgaanbieders voor Zorgcommunicatie, kortweg VZVZ. Deze organisatie geeft uitvoering aan het beheer, onderhoud en doorontwikkeling van het uitwisselingssysteem. Momenteel verwerkt het systeem gemiddeld zo´n miljoen berichten per dag. 12,5 Miljoen Nederlanders en rond de 6.000 zorgaanbieders nemen deel aan het systeem. Het LSP voorziet op basis van deze cijfers in een behoefte in de gezondheidszorg. Met name op het gebied van medicatie-overzichten en in toenemende mate ook van waarneemgegevens van de huisartsen. Vrijwel alle zorgverleners beseffen nut en noodzaak van elektronische gegevensuitwisseling. Om die te bewerkstelligen kiezen zij voor aansluiting op een systeem. Naast het Landelijk Schakelpunt zijn er meer systemen beschikbaar, waaruit zorgaanbieders kunnen kiezen. Zij kunnen de vorm van uitwisseling kiezen die past bij hun visie op hun beroepsuitoefening en hun zorginformatiesysteem.
Patiënt
In de discussie over gegevensuitwisseling speelt de privacy van de patiënt een grote rol. De wens van de patiënt om meer regie te krijgen over zijn eigen gezondheid krijgt daarin een steeds prominentere plaats. Nieuwe wetgeving dwingt dat inmiddels ook af. De privacy van de patiënt is vanzelfsprekend een onvoorwaardelijke eis in de gezondheidszorg. In Nederland kennen wij strenge wetten, regels en normen wanneer het gaat om de bescherming van (medische) persoonsgegevens. Dat het LSP daar aan voldoet is de afgelopen jaren afdoende aangetoond, gelet op alle gerechtelijke uitspraken, bevindingen van toezichthouders en certificeringen. Het schakelpunt heeft alleen de burgerservicenummers (BSN’s) in haar index opgenomen van de Nederlanders die hun zorgaanbieder(s) toestemming hebben gegeven om voor hun behandeling relevante gegevens ter beschikking te stellen aan andere zorgaanbieders. Verder niets.
Volgjezorg
VZVZ wil burgers bewust maken van hun rol in de uitwisseling van hun gegevens via het LSP. Daarom is zij een website en een publiekscampagne gestart onder de naam “Volgjezorg” (volgjezorg.nl). Iedereen kan daar zien wie zijn of haar gegevens heeft aangemeld of ingezien bij het LSP. Misbruik wordt zo zichtbaar gemaakt. Het wordt dan ook meteen duidelijk dat alleen behandelende zorgverleners gegevens hebben ingezien. Niemand anders kan daar dus onopgemerkt bij. Ook VZVZ niet.